Trip reports‎ > ‎Schotland 2011‎ > ‎

Kiachnish, 18 november 2011

“Komend vanaf Glencoe neem je de derde afslag op de eerste rotonde van Fort William.

Deze weg loopt schuin omhoog de heuvels in.” De routebeschrijving naar ons huisje, ‘Calluna’, is hetzelfde als die naar de Kiachnish. Bijna een verplicht nummer dus. Deze beek heeft echter veel water nodig en is volgens het boekje goed als het waterniveau van de Nevis je begint af te schrikken. Nou doet de Nevis dat al snel, maar na twee uitzonderlijk droge weken zijn we niet ‘impressed’. De Polldubh Falls zijn zelfs al terrein geworden voor canyoning: eerder in de week zagen we een geestelijk instabiele Schot  deze waterval springend in neopreen zonder mouwen bedwingen (red.: diagnose door auteur).  Het heeft gisteravond en vannacht echter flink geregend; zelfs naar Schotse begrippen zat er vocht in de lucht. De peilschalen op internet geven goede hoop, want de Nevis staat op ‘very high’. We vertrekken dus richting Kiachnish en houden de ‘lower Falloch’ als alternatief achter de hand voor het geval er toch te weinig water staat.
Het niveau bij de brug van de instap is ongeveer 10 centimeter hoger dan Harry en Michiel vorig jaar hadden, wat betekent dat we gaan instappen. Als variant op de ‘Himalaya-start’ doet iedereen de ‘Highland-start’: bovenop een sompige heuvel instappen en door het drassige veen naar het water glijden. De meesten hebben niet de goede wax gebruikt en bereiken het water net niet. Dit brengt ons op een anderhalve meter breed weide slootje, dat 50 meter verderop in de Kiachnish zelf stroomt.

Het eerste deel is een vermakelijke aaneenschakeling van kleine versnellingen en vervallen;

nergens te spannend en nergens saai. Dan komen we bij de eerste drop om te scouten en te zekeren. Dit is een vernauwing met een krappe meter verval met een wasmachine wachtend op hen die rechts van de juiste lijn naar beneden sukkelen. Voor geen van ons een probleem, maar de schoonheidsprijs wordt dit jaar niet uitgereikt. Harry wil er toch nog een slag naar slaan en draagt een keer terug, echter zonder de jury van inzicht te laten veranderen.


De volgende noemenswaardige passage draagt binnen onze gelederen de helaas weinig geïnspireerde naam ‘S-bocht’.  Van de voorschouw op video van de avond ervoor wisten we dat er bovenin de passage een haalbaar en leuk keerwater zat. Harry gaat er al proefkonijn op zeker doorheen en slaat het keerwater over. Daarna komt Michiel, eveneens volledig vertrouwend op geheugen en improvisatie. Hij haalt het keerwater zonder problemen. Bij het invaren ziet hij halverwege de S-bocht aan de overkant nog een keerwater, die door het camerastandpunt niet op de video was vastgelegd. “Die moet ook haalbaar zijn”, was een leuke gedachte, maar beperkt uitvoerbaar. De bescheiden afmeting van het keerwater bleek ook een rol te hebben gespeeld in het ontbreken van het keerwater op videomateriaal. Michiel’s bovenlichaam bleek er net in te passen,
maar dan moest hij zijn boot wel achterlaten in de hoofdstroom. Zo zijdelings achterstevoren tegen de buitenbocht aan liggend zat er niets anders op dan wachten op hulp van Paul, die gelukkig al was uitgestapt. De communicatie tussen helpers Harry (“Spring er in”) en Paul (“Ik kan er niet bij”), aan weerszijde van de rivier, was ontmoedigend genoeg om de vingertoppen met de laatste grip te ontspannen en over te stappen op plan B: spatzeil trekken, gespen trekken, zwemmen en … schrijven. Bram volgde daarop weer de diretissimo (zonder keerwater) en ging er netjes doorheen. De dag werd gelukkig in stijl voortgezet door Rene, die door een stenig keerwater boven de passage al werd geflipt en de hele trip zwemmend aflegde. Paul  en Tom kwamen weer netjes beneden, zonder respectievelijk met het eerste keerwater.

Direct hierna volgde weer een vernauwing. Denk “trechter” en de drie manieren waarop je daar spaghetti doorheen krijg:

1.       Niet – De spaghetti ligt dwars

2.       Heel – De spaghetti ligt in de lengte

3.       Kapot – zie 1 plus een heleboel saus die ook door de trechter wil

Rene en Michiel hebben geen trek in spaghetti-stukjes en dragen om, terwijl de anderen in meer of mindere maten onder de saus komen te zitten.

Vanaf hier is het nog 1 passage tot het einde van de kloof, waar een stenige waterval zal moeten worden omgedragen. Zover is het echter nog niet. Eerst rolt Paul nog een keer “between a rock and a hard place” en kleurt de Kiachnish rood met het bloed van zijn ontvelde wijsvinger. Bram brengt een vakkundig noodverband aan, maar voor Paul zit het varen er wel op. Bram en Paul gaan naar de weg lopen en de auto bij de instap ophalen. Na een ontroerend afscheid vaart de rest verder.

Rene wordt in de eerstvolgende passage door een flinke stopper gegrepen, die hem een volle minuut in zijn greep houdt. Gelukkig vaart Rene twee maal per week DWD en laat het lachend gebeuren. Hierna vlakt de rivier wat af, om nog 1 keer te herleven met een drop van ruim 2 meter die door ons de ellebogenbreker is gedoopt. Vorig jaar liepen zowel Ralf als Frits hier deuken in schouders en ego op. Het ziet er dit jaar alleen nog maar erger uit. Harry neemt een valletje aan de zijkant van de hoofddrop. In plaats van hierdoor langs de problemen te komen, wordt hij zonder rancune in het keerzog gedeponeerd. Harry doet de verkenning van de onderwatergeologie van Ralf en Frits nog eens dunnetjes over, doet 4 pogingen om te rollen en vindt uiteindelijk (tot teleurstelling van de toezichthouders) voldoende steun aan de wand om overeind te komen. Vandaag geen zwempartij voor Harry. Helaas wel een pijnlijke (tatoeëer-) hand. Tom neemt dezelfde aanvaart en stuitert over de stenen in veilig vaarwater. Daarna is het alleen nog maar uitvaren, tot in Loch Linnhe.

De vaarders komen eerder aan bij de uitstap dan de lopers, die ondertussen de wildste verhalen hebben verzonnen. Als zouden zij alsnog de rivier hebben moeten traverseren, omdat de hangbrug op een haar na was doorgeroest. Als zouden zij bijna zijn vertrapt door een stier, die zij al rennend en de boten achterlatend hebben ontlopen. Als zouden zij vervolgens met gevaar voor eigen leven de boten 1 voor 1 uit de hoeven van de stier hebben gered. Geloven zij het zelf?

Na het eten rijden Bram en Paul naar het ziekenhuis om toch nog even gebruik te maken van de gratis eerste hulp van Groot Brittanië. In de wachtkamer zit een jongen met een dik, rood, pussend, dicht oog. Hij blijkt de Falloch te hebben gevaren. Gelukkig voor ons stond er genoeg water op de Kiachnish.

Michiel.

Verslag 2: het verslag van Paul en Bram

Dit is het tochtverslag van de langste omdraag in de kayak carrière van Paul en Bram.

Het is vrijdag, het regent eindelijk in Schotland en na een week lang magere waterstanden kunnen we nu eindelijk een dikke rivier varen. Het wordt de Kiachnish, een typisch Schotse III-IV rivier; denk Ardennen rivier maar dan ruiger.

We fast-forwarden naar halverwege de trip. We staan bij een kleine IV passage; een vernauwing in de rivier met middenin een grote steen waar je links of rechts langs kan, achter de steen een redelijk gat met daarna een kleinere vernauwing. Rechts van de steen loopt de stroom rechtdoor, als je hem links pakt moet je na de stroom in de rechter invoegen; met voldoende power rechts pakken dus en gewoon rechtdoor varen. Nadat Bram er als eerste succesvol vanaf gaat, kom ik; net als ik aan m’n linkerkant wil peddelen krijg ik water links op m’n boot; ik floep om. Na een upside-down 360 langs de rotsen spoel ik door en rol ik. Op dat moment zie ik dat m’n hand bloed als een malle, het vel op de middelste knokkel van m’n rechter wijsvinger ligt goed los. Ik vaar naar de kant en Bram verleent first aid; hij verbind mijn wijsvinger en daarna tapet hij de middelvinger ernaast. Ik kan en wil mijn wijs- en middelvinger niet anders dan rechthouden en kan dus niet goed mijn peddel vasthouden. Voor deze rivier, wat toch wel op de grens van mijn kunnen is, heb ik volledige controle nodig en dus besluit ik niet meer verder te varen. Wat nu? M’n auto staat bij de instap, een paar rivier km’s omhoog, de enige optie is daar heen lopen en naar de uitstap rijden om droge kleren aan te trekken. Bram is solidair en bied aan mee te gaan, nogmaals bedankt Bram! De rivier oever is vrij rotsig aan beide kanten maar het is wel mogelijk aan de linkerkant omhoog te klimmen. Samen sjouwen we omhoog om verderop via een oude brug naar de rechterkant over te steken, daar waar de weg loopt. Bij nader inzien bleek de brug ietwat oud te zijn; vuistdik stalen balken waren verroest tot tandenstoker dikte. Gelukkig kunnen we verderop wel vanaf de rivier de rechteroever op klimmen en dus traverseren verder op bij een rustig stuk de rivier over.

Vanaf de oever sjouwen we met de boten aan onze cowtails de heuvel op. Ik stel voor aan Bram om heuvel op richting de bomenrand met lage muurtjes te lopen, in de hoop daar de weg te vinden. Bram wijst mij op het feit dat we in een weiland lopen en dat hier wel eens koeien en stieren (rode diesel + stier = niet fijn?) kunnen lopen en stelt voor om langs de rand te lopen. Aangezien dat langer zou duren stel ik voor toch dwars over te steken, iets afbuigend heuvelafwaarts. Over de heuvelrug zien we in de rechterbovenhoek van het weiland een paar koeien staan, ons doel is linksboven, wij staan midden in het weiland met felgekleurde kayak gear en twee rode diesels. Naarmate we op driekwart van onze oversteek zijn beginnen de koeien zich langzaam langs het hek ook richting de linksbovenhoek te begeven. We nemen de boten op de schouders en lopen iets sneller. Ook de koeien beginnen sneller te lopen en we beginnen argwaan te krijgen. Dan roept Bram: “Paul, boot laten vallen en rennen!”. Ik weet niet in hoeverre koeien echt zo agressief kunnen zijn, maar ik neem het zekere voor het onzekere; ik gooi m’n boot van m’n schouder en ren met m’n peddel achter Bram aan richting de linksbovenhoek. De koe + stier - we hebben ze geïdentificeerd - lopen nog een aantal meter en komen tot stilstand als wij het prikkeldraad over geklommen zijn in het aangrenzende weiland, ze staan op dat moment nog zo’n 30 meter van ons verwijdert.

We kunnen nu twee dingen doen; nu de boten halen en daarna de auto halen, of eerst de auto halen en daarna de boten uit het weiland vissen. Ik zeg: “Ehm, Bram, m’n autosleutels liggen in de boot” en wijs naar de boot in het weiland. Bram lacht wanhopig en stelt voor om de boot met een werplijn binnen te halen. Aangezien hij zijn werplijn al eerder was verloren moeten we die van mij gebruiken. “Bram, werplijn, ligt ook in de boot…”. Lachend concluderen dat we dus echt de boten nu moeten halen. Ik probeer nog met mijn net-nieuw-gekochte noodfluitje de koe af te schrikken; na enkele minuten draaien de koeien zich van ons weg en zetten een paar stappen van ons weg. Dan klimt Bram over het prikkeldraad en loopt stap voor stap richting zijn boot, die het dichtst bij ligt. Hij pakt zijn boot en sjouwt langzaam richting mij, heuvelopwaarts. Op dat moment draait de stier zich om en Bram trekt een sprintje en hijst de boot over het prikkeldraad waar ik hem aanpak. De stier stopt na een paar stappen weer, nu nog zo’n 25 meter van ons vandaan. Daarna is het mijn beurt. Ik loop via een geul in het weiland richting mijn boot, die dus verder weg ligt. De stier + koe doet niets. Ik haak eerst mijn autosleutels en werplijn aan m’n vest en sjouw dan heel rustig via de geul mijn boot richting het prikkeldraad. De stier en koe blijven rustig staan en de boten zijn binnen! Boks!

Het laatste weiland is vrij vlak, met de boten aan onze cowtails sjouwen we er doorheen richting de weg. Uiteraard ligt deze altijd net een weiland verder dan verwacht, maar hij ligt er uiteindelijk wel. Na wat overleg zoeken we een goeie greppel langs de weg en leggen onze boten daarin. Vanaf nu is het over asfalt lopen richting de auto. Tot nu toe hebben we er al een uur over gedaan. Ik herken de weg niet direct van het omrijden, alles lijkt zo op elkaar, maar we lopen toch voor ons gevoel de juiste kant op. Tijdens onze wandeling heuvel op heuvel af, passeren we verschillende boerderijen en vakantiehuisjes. Ik overweeg nog ergens een lift te regelen, maar aangezien natte kayak gear niet relaxed is voor je bekleding lopen we toch maar door. Mijn vinger voelt op dit moment ok, het klopt wel een beetje en het verband kleurt een beetje rood-bruin van het bloed. Het regent nog steeds en we spreken beiden onze tevredenheid uit over onze nieuwe creekschoenen (Five Ten Canyoneer!); ze lopen geweldig! Ook de kayak gear houdt ons prima warm in de regen, volgende keer bij een hike trekken we dit ook aan! Naarmate we buiten het (dun) bewoonde stuk komen begin ik punten te herkennen en al gauw naderen we de instap. Onze horloges vertellen ons dat we er tot nu toe zo’n twee uur over gedaan hebben.

We gooien onze spatzeilen, vests en elbowpads in de kofferbak, stappen in en rijden richting de boten. Nadat we deze opgeladen hebben rijden we via Fort William, het ligt op de route, richting de uitstap. Op de weg komen we de bus met Harry en Rene tegen, na ons in orde gezien te hebben gaan zij alvast terug naar het huisje, de rest wacht bij de uitstap. We rijden door, pikken de rest op en rijden ook terug naar het huisje. Na een douche en een set warme kleren aangetrokken te hebben rijden Bram en ik richting het ziekenhuis van Fort William.

In de wachtkamer van het ziekenhuis vult Bram mijn gegevens in, ik kan niet schrijven zonder wijs- en middelvinger. Bij nader inzien Bram ook niet, de receptie dame kon zijn handschrift niet lezen. (:D) Rechts van ons zit een kerel van achter de 20 met een flinke kras boven zijn oog welke door zwelling half dicht zit. Hij blijkt de Falloch gevaren te hebben… Gelukkig hebben wij het bij de Kiachnish gehouden! Na een uur wachten wordt ik geholpen door een Griekse intern, na de boel schoongemaakt te hebben lijmt hij het vlees weer aan elkaar en verbind de boel.

De dag erna, zaterdag, is de laatste dag van onze vakantie, we moeten ’s middags de ferry naar Ijmuiden pakken. Het plan was om nog de falls of Falloch op de rit (5 uur) richting de ferry te pakken, voor mij zat dit er niet meer in en de rest was ook een en al spierpijn en vermoeidheid; we varen hem niet en ik mis dus niets!

Een week later: m’n vinger doet het weer en ik heb een litteken als aandenken aan een mooie en gezellige week varen!

Paul Koppelaar

Eindhoven, 6 december 2011

ą
Paul Koppelaar,
1 dec. 2011 13:53
ą
Paul Koppelaar,
1 dec. 2011 13:53
ą
Paul Koppelaar,
1 dec. 2011 13:53
ą
Paul Koppelaar,
1 dec. 2011 13:52
ą
Paul Koppelaar,
1 dec. 2011 13:52
ą
Paul Koppelaar,
1 dec. 2011 13:51
Comments